ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2511
Bij besluit van 4 februari 2016 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast de aanwezige zeecontainers met daaroverheen aangebracht zand en in het besluit vermelde opslag, alsmede een bijgebouw met overkapping, op het perceel [locatie] te Vessem te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] was tot 22 december 2014 eigenaar van het perceel. Sindsdien zijn de dochter van [appellant] en haar partner eigenaren van het perceel. Het college heeft aan de opgelegde last ten grondslag gelegd dat [appellant] bouwwerken heeft gebouwd en gronden of bouwwerken gebruikt in strijd met het bestemmingsplan zonder te beschikken over de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. In het besluit van 4 februari 2016 is vermeld dat, als [appellant] niet binnen twee maanden na dagtekening van het besluit aan de lastgeving voldoet, hij aan het college per week dat hij niet aan het gesommeerde heeft voldaan, een bedrag van € 5.000,00 is verschuldigd met een maximum van € 50.000,00.
De uitspraak op rechtspraak.nl