ABRvS 29 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA1412
Besluit waarbij het college ingevolge de Grondwaterwet, de bij eerder besluit verleende vergunning voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van een openbare drinkwatervoorziening gewijzigd en aangevuld. (…) Appellant betoogt onder meer dat de rechtbank heeft miskend dat in het bestreden besluit ten onrechte geen schadevergoedingsregeling voor grondgebruikers is opgenomen. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, overweegt de Afdeling dat voor het antwoord op de vraag of het college ten onrechte geen schadevergoedingsregeling in de vergunning heeft opgenomen, niet van belang is dat de hydrologische effecten van de wijziging slechts beperkt zijn en dat de aanvullende voorschriften het toezicht op de naleving van de vergunning ten goede komen. De artikelen 7.18, 7.19 en 7.20 van de Waterwet bieden een specifieke regeling voor de vergoeding van schade aan een onroerende zaak ten gevolge van het onttrekken van grondwater. Zo kan degene die als gevolg van het onttrekken van grondwater schade ondervindt aan een onroerende zaak ingevolge artikel 7.18 van vergunninghouder vorderen dat deze schade wordt ondervangen of vergoed dan wel dat vergunninghouder de onroerende zaak in eigendom overneemt. Reeds hierom ontbreekt voor het college een verplichting om in het kader van de vergunningprocedure een schadevergoedingsregeling te treffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl