ABRvS 29 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA1371
Besluit waarbij het college heeft ingestemd met het door de provincie ingediende saneringsplan voor de aanpak van grondwaterverontreiniging van een voormalige stortplaats. De Afdeling overweegt dat bij de toepassing van artikel 3:12, eerste lid, van de Awb het college een zekere vrijheid toekomt, mits aldus op een geschikte wijze kennisgeving van het ontwerpbesluit plaatsvindt. Volgens de MvT bij de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Kamerstukken II 1999-2000, 27 023, nr. 3, blz. 14) moet daarbij worden voldaan aan de voorwaarde dat de kennisgeving daadwerkelijk al diegenen kan bereiken die naar verwachting bedenkingen kunnen hebben tegen het ontwerpbesluit. Daarbij geldt het ambtsgebied van de betreffende gemeente niet als criterium, aldus de memorie van toelichting. Nu appellanten belanghebbenden zijn bij het besluit tot instemming met het saneringsplan, kon het college niet volstaan met een kennisgeving van het ontwerpbesluit in een huis-aan-huis-blad dat niet wordt verspreid in de gemeente Naarden. Dat, naar het college ter zitting heeft gesteld, publicatie ook op de website van de provincie Noord-Holland heeft plaatsgevonden leidt niet tot een ander oordeel. Kennisgeving via het internet kan een geschikte wijze van kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, van de Awb zijn. Zoals wordt bevestigd in de MvT bij de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer (Kamerstukken II 2001-2002, 28 483, nr. 3, blz. 24 en 38), is op de kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, echter tevens artikel 2:14, tweede lid, van de Awb van toepassing. Artikel 2:14, tweede lid, en artikel 3:12, eerste lid, van de Awb dienen in onderlinge samenhang aldus te worden uitgelegd dat op grond daarvan vereist is dat, in verband met de artikelen 3:11, eerste lid, en 3:15, eerste lid, van een ontwerpbesluit op ten minste één niet-elektronische, geschikte wijze als bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, kennis wordt gegeven, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Niet is aannemelijk geworden dat in de provincie Noord-Holland ten tijde van de kennisgeving van het ontwerpbesluit een wettelijk voorschrift, als bedoeld in artikel 2:14, tweede lid, gold. Het college had derhalve op ten minste één niet-elektronische, geschikte wijze kennis moeten geven van het ontwerpbesluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl