ABRvS 29 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA1369
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (o.m. in de uitspraak van 11-4-2012, 201107848/1/A1, LJN: BW1564), moeten bij de beslissing over intrekking van een bouwvergunning alle in aanmerking te nemen belangen worden geïnventariseerd en tegen elkaar afgewogen. Daartoe behoren naast de door het bestuursorgaan gestelde belangen, waaronder het realiseren van gewijzigde planologische inzichten, ook de (financiële) belangen van vergunninghouder. Daarbij mag in aanmerking worden genomen of het niet tijdig gebruik maken van de vergunning aan de vergunninghouder is toe te rekenen. De Afdeling ziet in de inwerkingtreding van de Wabo geen aanleiding om bij de belangenafweging in het kader van de beslissing een omgevingsvergunning voor bouwen in te trekken andere maatstaven aan te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl