ABRvS 2 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9730

Hoewel uit het [algemeen ambtsbericht inzake Afghanistan van de minister van Buitenlandse Zaken van 4 juli 2012] (…) naar voren komt dat de veiligheidssituatie in Afghanistan nog steeds zorgelijk is en dat door een geografische verschuiving van het conflict vooral het oosten van Afghanistan onveiliger is geworden, kan daaruit niet worden afgeleid dat in de verslagperiode de mate van willekeurig geweld in Afghanistan, meer in het bijzonder in de provincie Logar, dermate hoog was dat zwaarwegende gronden bestonden om aan te nemen dat een burger louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico liep op de in art. 29, lid 1, aanhef en onder b, sub 3, van de Vw 2000, bedoelde bedreiging. Uit de door de vreemdeling overgelegde artikelen "Afghanistan: the long, hard road to the 2014 transition" van de International Crisis Group van 8 oktober 2012 en "The situation in Afghanistan and its implications for international peace and security" van de United Nations General Assembly Security Council van 13 september 2012 blijkt niet dat de veiligheidssituatie na de verslagperiode van het ambtsbericht zodanig is verslechterd dat op basis van die stukken tot een ander oordeel zou moeten worden gekomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen