ABRvS 1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9061
Onder verwijzing naar de uitspraak van 19-10-2011, 201009447/1, LJN: BT8576, overweegt de Afdeling dat om een concreet zicht op legalisering in verband met de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan aan te kunnen nemen, ten minste is vereist dat een ontwerp van een bestemmingsplan ter inzage is gelegd, waarbinnen het bouwen, waar het handhavingsverzoek op ziet, past. In dat geval bestaat echter evenmin concreet zicht op legalisering, indien op voorhand duidelijk is dat het ontwerp van het plan of het vastgestelde plan geen rechtskracht zal verkrijgen. In uitspraken van de Afdeling is het goedkeuringsbesluit, voor zover het betrekking had op het plandeel met de bestemming "Dagrecreatie" en de aanduiding "Sauna en beautycentrum", vernietigd vanwege het ontbreken van een deugdelijke motivering. Dat betekent dat door de Afdeling niet werd uitgesloten dat met een deugdelijke motivering het goedkeuringsbesluit in zoverre in stand zou kunnen blijven. De Rb. heeft ten onrechte overwogen dat de uitspraken een concreet aanwijzing betreffen dat op voorhand duidelijk was dat het bestemmingsplan geen rechtskracht zou verkrijgen. Bovendien moet de gestelde aanwezigheid van concreet zicht op legalisering worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden en het recht zoals die zich voordeden onderscheidenlijk gold ten tijde van het nemen van het besluit van 6 september 2011. Op dat moment waren er geen concrete aanwijzingen dat het bestemmingsplan op voorhand geen rechtskracht zou verkrijgen. Het provinciaal ambtelijk advies waarin wordt geadviseerd goedkeuring te onthouden, wat daar ook van zij, kan evenmin als een zodanige aanwijzing worden aangemerkt, omdat alleen gedeputeerde staten het orgaan is dat bevoegd is omtrent de goedkeuring te beslissen. Gedeputeerden staten hadden hierover toen geen mededelingen gedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl