ABRvS 1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9037
Op 21 februari 2011 heeft het college [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang wegens overtreding van artikel 7.04 van het Binnenvaartpolitiereglement gelast zijn pleziervaartuig voor 8 uur op 7 maart 2011 deugdelijk af te meren aan haalkommen, meerpalen en dergelijke. Bij ongedateerd besluit dat op 1 december 2011 is verzonden heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 30 mei 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 februari 2013, waar [appellant], bijgestaan door mr. H.J.J. Hendrikse, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door J.B. Tubbing, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) treedt een besluit niet in werking voordat het is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. Ingevolge het tweede lid geschiedt zij, indien de bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, op een andere geschikte wijze. Ingevolge artikel 3:42, tweede lid, geschiedt de bekendmaking van besluiten van een niet tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Ingevolge artikel 6:7 bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge artikel 6:11 blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. 2. Op 21 februari 2011 heeft het college een bestuursdwangbesluit op een pleziervaartuig aangebracht en dit besluit verzonden naar het adres dat volgens de binnenhavengeldadministratie behoorde bij het op dat vaartuig aangetroffen binnenhavengeldvignet 2008 (hierna: het vignet). Het besluit houdt een last onder bestuursdwang wegens een overtreding van artikel 7.04 van het Binnenvaartpolitiereglement in, die daaruit bestaat dat het vaartuig met gebruikmaking van andere voorwerpen dan die daartoe bestemd zijn is afgemeerd. Het college heeft het tegen dat besluit gemaakte bezwaar van [appellant] van 15 oktober 2011 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het niet voor het einde van de termijn is ontvangen en omdat van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken.
De uitspraak op rechtspraak.nl