ABRvS 22 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ8676
De door de Rb. aangehaalde CRvB-jurisprudentie betreft niet het vreemdelingenrecht. In de context van het vreemdelingenrecht dient te worden beoordeeld of, in aanmerking genomen alle daarbij betrokken relevante feiten en omstandigheden, de staatssecretaris inbreuk heeft gemaakt op het huisrecht, bedoeld in art. 8 EVRM. Uit het op 5 oktober 2009 op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (…) blijkt dat de betrokken verbalisanten, ambtenaren als bedoeld in art. 47, lid 1 van de Vw 2000, zich voorafgaand aan het binnentreden van de woning hebben gelegitimeerd en het doel van het binnentreden hebben medegedeeld. Voorts blijkt uit dat proces-verbaal dat de betrokken verbalisanten met toestemming van de partner de woning zijn binnengetreden. Aldus is voldaan aan de in art. 1, lid 1 en 4 van de Awbi neergelegde vereisten voor het binnentreden. Voorts bestond gelet op de bij de IND ingekomen schriftelijke, anonieme tip, bezien in verbinding met de uit de op 16 augustus 2009 en 26 augustus 2009 verrichte onderzoeken verkregen informatie (…) voldoende aanleiding om op 14 september 2009 een huisbezoek af te leggen. Gezien het voorgaande heeft de Rb. ten onrechte overwogen dat de informatie uit dat huisbezoek in strijd met art. 8 EVRM is verkregen en niet aan de intrekking van de verblijfsvergunning ten grondslag mocht worden gelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl