ABRvS 24 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ8430
Hoeveelheden harddrugs overschrijden ruimschoots de hoeveelheid van maximaal 0,5 gram die door het OM als hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt. Gelet hierop mocht de burgemeester zich op het standpunt stellen dat de aangetroffen harddrugs aanwezig waren om te worden verkocht. Dit geldt temeer nu bij het onderzoek in de woning tevens een grote hoeveelheid gripzakjes, een weegschaal en een grote hoeveelheid contant geld zijn aangetroffen, hetgeen appellant evenmin betwist. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 september 2012 in zaak nr. 201109887/1/A3, LJN: BX6476), is voor het ontstaan van de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen niet vereist dat daadwerkelijk harddrugs in de woning zijn verhandeld. Uit het woord "daartoe" in art. 13b, lid 1 van de Opiumwet volgt dat de burgemeester bevoegd is een woning op grond van die bepaling te sluiten indien daarin een handelshoeveelheid drugs, die, naar hiervoor is overwogen, geacht wordt te zijn bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking, wordt aangetroffen. Gelet op de tekst van dit artikellid is voor het ontstaan van de hierin neergelegde bevoegdheid niet noodzakelijk dat de burgemeester aannemelijk maakt dat de aanwezigheid van harddrugs overlast heeft veroorzaakt. De voorzieningenrechter heeft met juistheid overwogen dat het ontbreken van beleid er niet aan afdoet dat de burgemeester van die bevoegdheid gebruik mag maken. Wel dienen hoge eisen aan de motivering te worden gesteld, nu sluiting van een woning een ingrijpende maatregel is. Zoals de Afdeling voorts eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 mei 2012 in zaak nr. 201103488/1/A4, LJN: BW6360), geldt art. 6, lid 2 van het EVRM alleen voor strafrechtelijke of daarmee vergelijkbare procedures. De sluiting van de woning heeft geen verdergaande strekking dan het beëindigen van de overtreding van art. 2, aanhef en onder b en c, van de Opiumwet en is niet gericht op toevoeging van verdergaand leed of nadeel. Het is derhalve geen punitieve sanctie, zodat art. 6, lid 2 van het EVRM niet van toepassing is.
De uitspraak op rechtspraak.nl