ABRvS 17 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7733
Besluit waarbij verweerder aan appellante verschillende documenten heeft verstrekt die zien op een bepaalde verkeersovertreding. (…) Appellante betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat hij geen dwangsom heeft verbeurd. Zij voert hiertoe aan dat verweerder op twee van de negen verzoeken om openbaarmaking geen besluit heeft genomen. De rechtbank heeft volgens appellante miskend dat haar negen verzoeken moeten worden gezien als afzonderlijke verzoeken. (…) De Afdeling overweegt dat uit artikel 3, eerste lid, van de Wob volgt dat een verzoek om informatie over een bestuurlijke aangelegenheid betrekking kan hebben op meer documenten. In de omstandigheid dat het verzoek van appellante strekt tot openbaarmaking van verschillende documenten over het opleggen van de verkeersboete, heeft de rechtbank derhalve terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de brief uit meer verzoeken in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wob bestond. (…) Verweerder heeft bij besluit verschillende documenten, die betrekking hebben op de verkeersboete, openbaar gemaakt en aan appellante verstrekt. Over twee andere documenten heeft verweerder in dat besluit overwogen dat deze niet kunnen worden verstrekt, omdat de documenten niet bestaan. Uit het besluit kan worden afgeleid dat verweerder daarmee een besluit op het verzoek van appellante heeft genomen. Dat met dat besluit, naar appellante betoogt, geen volledige reactie op haar verzoek is gegeven, omdat verweerder daarin niet heeft gemotiveerd waarom twee andere specifiek door haar verlangde documenten niet openbaar worden gemaakt, doet daaraan niet af. Artikel 4:13, eerste lid, van de Awb eist louter dat binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn een besluit wordt genomen. De beoordeling of een besluit is genomen, staat los van de beoordeling van de juistheid van het genomen besluit. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellante, indien zij van mening was dat in het besluit ten onrechte niet is gemotiveerd waarom bepaalde documenten niet openbaar zijn gemaakt, dat had kunnen aanvoeren in een bezwaarschriftprocedure. Nu het besluit van verweerder binnen de beslistermijn van vier weken is genomen, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat verweerder tijdig op het verzoek van appellante heeft beslist. Dit oordeel is, anders dan appellante betoogt, niet in strijd met het doel van artikel 4:17, eerste lid, van de Awb. Het doel van die bepaling is onder meer de burger een effectief rechtsmiddel te bieden tegen trage besluitvorming van bestuursorganen. Het gaat dan met name om situaties waarin een bestuursorgaan niet binnen de wettelijke beslistermijn op een aanvraag of een bezwaarschrift reageert.
De uitspraak op rechtspraak.nl