ABRvS 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7621

De Belastingdienst betoogt terecht dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat art. 33 van de Awir in de wet is opgenomen om de partner van belanghebbende aansprakelijk te kunnen stellen voor een uit de terugvordering voortvloeiende schuld, die de belanghebbende onbetaald laat. Gelet op hetgeen in de mvt hierover is vermeld, kon de Belastingdienst als algemeen uitgangspunt nemen dat hij pas overgaat tot aansprakelijkstelling van de partner, indien de aanvrager de schuld die voortvloeit uit het besluit tot terugvordering onbetaald laat. Anders dan de Belastingdienst aanvoert, verzet de tekst van art. 33 van de Awir er zich echter niet tegen dat ook in andere gevallen de partner van de belanghebbende aansprakelijk kan worden gesteld. Dat de Belastingdienst niet had besloten tot aansprakelijkstelling en derhalve nog geen verrekening kon plaatsvinden met de aan [echtgenote] toegekende toeslag over de jaren 2008 en 2009, betekent niet dat hij niet bevoegd zou zijn tot een aansprakelijkstelling, en op grond daarvan tot verrekening, te besluiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen