ABRvS 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7608
Op 26 januari 2010 heeft de raad de Beleidsregel Vergoeding raadplegen raadsman, voorafgaand aan of bij het politieverhoor van de Raden voor rechtsbijstand te Amsterdam, Arnhem, Den Haag, ’s-Hertogenbosch en Leeuwarden (hierna: de Beleidsregel) vastgesteld, die op 1 april 2010 in werking is getreden. In de toelichting hierop is vermeld dat de achtergrond ervan het arrest van het EHRM van 27 november 2008, Salduz tegen Turkije, nr. 36391/02 (www.echr.coe.int) is. De geweigerde piketvergoeding betreft rechtsbijstand die appellant a appellant b tijdens een politieverhoor heeft verleend. Appellant b werd onder meer verdacht van een levensdelict en was ten tijde van het verhoor meerderjarig. Aan de weigering heeft de raad, onder verwijzing naar de Beleidsregel, ten grondslag gelegd dat rechtsbijstand tijdens een politieverhoor aan een meerderjarige verdachte niet voor een piketvergoeding in aanmerking komt. De Hoge Raad heeft in de arresten van 30-6-2009 in de zaken nrs. 08/02411, 08/03143 en 08/03991 (LJN: BH3079, BH3081 en BH3084) geoordeeld dat uit de rechtspraak van het EHRM niet afgeleid kan worden dat de meerderjarige verdachte recht heeft op bijstand van een advocaat bij het politieverhoor. Uit onder meer het arrest van de Hoge Raad van 4-10-2011, 10/01074 (LJN: BQ6094) valt voorts af te leiden dat hij in het arrest van het EHRM van 28-6-2011 inzake Šebalj tegen Kroatië geen aanleiding heeft gezien om van dat oordeel terug te komen. Nu volgens de Hoge Raad uit art. 6, lid 3, aanhef en onder c, van het EVRM voor de meerderjarige geen recht op rechtsbijstand van een advocaat bij een politieverhoor voortvloeit, heeft de Rb. in het aangevoerde terecht evenmin grond gevonden voor het oordeel dat appellant b als meerderjarige verdachte ingevolge de verdragsbepaling recht heeft op kosteloze rechtsbijstand en terecht het door de raad gevoerde beleid terzake niet in strijd geacht met die bepaling. Dat een verdachte zich in bepaalde, in het Sv omschreven gevallen, door een advocaat kan laten bijstaan, brengt niet mee dat het door de raad gevoerde beleid met de wet in strijd is, nu die bepaling op zichzelf niet inhoudt dat recht op rechtsbijstand bij verhoor of vergoeding daarvan bestaat. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, waar de raad bij het vaststellen van het te voeren beleid aansluiting bij heeft gezocht en mocht zoeken, volgt evenmin dat in die gevallen recht op rechtsbijstand bij verhoor bestaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl