ABRvS 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7602
Afwijzing aanvraag om gesubsidieerde rechtsbijstand. De Rb. heeft het besluit van 27 juni 2011 vernietigd, omdat de raad zijn oordeel dat het hier gaat om een belang, waarvan de behartiging redelijkerwijze aan wederpartij zelf overgelaten kan worden, niet toereikend heeft gemotiveerd, nu zij werd verdacht van een ernstig feit, waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk was, met zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk mogelijk zware gevolgen, en het juridisch loket haar had doorverwezen naar een advocaat. Volgens het beleid dat de raad voert bij beslissen op een verzoek om een toevoeging of een LAT in een strafzaak komt rechtsbijstand door een advocaat aan een verdachte, voorafgaand aan een politieverhoor, alleen voor vergoeding in aanmerking in het kader van een piketregeling en niet in het kader van een toevoeging, als waarom wederpartij heeft verzocht. Nu voorts in de werkinstructie staat dat een piketvergoeding voor rechtsbijstand, voorafgaand aan politieverhoor, alleen wordt verstrekt, wanneer de verdachte is aangehouden, en dat bij wederpartij niet het geval was, heeft de Rb. ten onrechte overwogen dat de raad ter motivering van de afwijzing niet mocht volstaan met een verwijzing naar dat beleid. Het hoger beroep is gegrond. De Hoge Raad heeft in het arrest van 9 november 2010 in zaak nr. 09/00005 (LJN: BN7727) geoordeeld dat uit de rechtspraak van het EHRM niet voortvloeit dat de door het EHRM voor een aangehouden verdachte geformuleerde regel, dat hij recht heeft op rechtsbijstand, voorafgaand aan verhoor, zonder meer ook geldt als het gaat om een niet-aangehouden verdachte. Uit het arrest van het EHRM van 18 februari 2010 in Zaichenko tegen Rusland, nr. 39660/02, overweging 47 en verder (www.echr.coe.int), kan worden afgeleid dat het EHRM voor het onderscheid tussen aangehouden en niet-aangehouden verdachten van belang acht dat de niet-aangehouden verdachte niet in zijn handelingsvrijheid wordt belemmerd, en de aangehouden verdachte wel. Gelet hierop, geeft het aangevoerde geen grond om wederpartij te volgen in het betoog, dat het gevoerde beleid onredelijk is of in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl