ABRvS 28 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ4449

De Rb. heeft terecht overwogen dat de staatssecretaris bevoegd is om terug te komen van zijn beoordeling in het voornemen van 12 januari 2011 van de feiten die de vreemdeling aan zijn asielrelaas ten grondslag heeft gelegd. Indien de staatssecretaris een nieuw voornemen tot afwijzing van de aanvraag uitbrengt en dit in een besluit herhaalt en inlast, dient de rechter te toetsen of de aldus door de staatssecretaris in dit besluit gegeven motivering deugdelijk is. Nu de staatssecretaris niet in een eerder besluit, maar in een eerder voornemen het standpunt heeft ingenomen dat het asielrelaas van de vreemdeling geloofwaardig wordt geacht, brengt geen rechtsregel met zich dat hij in het besluit van 18 mei 2011 dient te motiveren waarom hij in het nieuwe voornemen tot een ander inzicht is gekomen. De Rb. heeft derhalve ten onrechte overwogen dat voormeld besluit niet deugdelijk is gemotiveerd, reeds omdat het onvoldoende blijk geeft van de redenen waarom hij tot een ander inzicht is gekomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen