ABRvS 13 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ3958

Besluit waarbij verweerder een verzoek om handhavend op te treden tegen een landbouwinrichting niet in behandeling heeft genomen. Appellanten betogen dat de Rb. ten onrechte heeft overwogen dat de inrichting voldoet aan de afstandseisen die zijn opgenomen in artikel 4, tweede lid, van het Besluit. Volgens hen is het relevante emissiepunt niet de ventilatieopening aan de achterzijde van de bedrijfsbebouwing, maar een deur die nagenoeg de gehele dag is geopend en op een afstand van ongeveer 33 m van de dichtstbijgelegen burgerwoning is gelegen. De Afdeling overweegt dat blijkens de nota van toelichting op het Besluit voor de definitie van het emissiepunt aansluiting wordt gezocht bij de Regeling stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden (Stb. 2006, 390, blz. 67). Deze regeling is per 1 januari 2007 vervallen. Vanaf die datum geldt in plaats daarvan de op de Wet geurhinder en veehouderij gebaseerde Regeling geurhinder en veehouderij. Naar het oordeel van de Afdeling kan voor het bepalen van het emissiepunt in dit geschil daarbij worden aangesloten. Ingevolge artikel 1 van de Regeling geurhinder en veehouderij is een emissiepunt het punt waar een relevante hoeveelheid geur buiten het geheel overdekte dierenverblijf treedt, dan wel wordt gebracht. Blijkens de toelichting is bij mechanisch geventileerde stalsystemen het emissiepunt de ventilatoruitlaat die het dichtst bij een geurgevoelig object is gelegen, voor zover niet op kortere afstand relevante geuremissies optreden (Stcrt. 2006, nr. 246, blz. 21). (…) De Rb. heeft derhalve terecht overwogen dat de inrichting voldoet aan de afstandseisen die zijn opgenomen in artikel 4, tweede lid, van het Besluit. In zoverre kan niet worden geoordeeld dat het Besluit niet van toepassing is op de inrichting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen