ABRvS 23 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9227

Ingevolge art. 17, eerste lid, gelezen in samenhang met het tweede lid, aanhef en onder d, van het Bamz dient een leidinggevende binnen de organisatie van de aanvrager van een opgravingsvergunning een wetenschappelijke opleiding op het terrein van de archeologie te hebben afgerond. Hoewel uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Monumentenwet 1988 niet met zoveel woorden volgt dat een leidinggevende een academische graad moet hebben, volgt hieruit wel dat de wetgever heeft beoogd een zekere wetenschappelijke kwaliteit te waarborgen. Dat in het Bamz aan de borging van de wetenschappelijke kwaliteit mede vorm is gegeven door te eisen dat een leidinggevende een wetenschappelijke opleiding heeft afgerond is voor de houder van een opgravingsvergunning mede gelet op het voorgaande niet onredelijk te achten. Het Bamz is in zoverre dan ook in overeenstemming met art. 45 van de Monumentenwet 1988.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen