ABRvS 15 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8850
Bij faxbericht van 20 juli 2012 heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de Rb. tegen het besluit van 19 juli 2012. Bij brief van 23 juli 2012 heeft de Rb. de vreemdeling meegedeeld dat het beroep met toepassing van art. 8:52 Awb versneld zal worden behandeld, dat het beroepschrift geen gronden bevat, dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld de gronden van het beroep binnen één week na dagtekening van de brief kenbaar te maken en dat, indien niet binnen de gestelde termijn van die gelegenheid gebruik wordt gemaakt, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Bij faxbericht van 6 augustus 2012 heeft de vreemdeling de gronden van het beroep ingediend. (…) In dit geval is de termijn voor het indienen van een beroepschrift op 16 augustus 2012 geëindigd. Deze termijn kan niet met toepassing van art. 8:52 Awb worden verkort. De vreemdeling heeft het beroepschrift en de gronden van het beroep derhalve tijdig ingediend. De Rb. heeft het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl