ABRvS 20 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY8239

Gelet op hetgeen hiervoor onder 2.2 is overwogen, dient de vraag of de weigering van de staatssecretaris om aan de vreemdeling in Nederland verblijf toe te staan, tot gevolg heeft dat de kinderen hun aan art. 20 van het VWEU ontleende recht op het grondgebied van de Unie te verblijven, wordt ontzegd, te worden onderscheiden van de vraag of het in art. 8 van het EVRM vervatte recht op bescherming van het gezinsleven de staatssecretaris noodzaakt tot het toestaan van een verblijf van de vreemdeling hier te lande. Vergelijk de uitspraak van 1 november 2012 in zaak nr. 201200665/1/V1 (www.raadvanstate.nl). In dat licht bezien, heeft de Rb. niet onderkend dat het standpunt van de staatssecretaris dat het beroep van de vreemdeling op het arrest Ruiz Zambrano faalt omdat de kinderen bij de vader kunnen verblijven, op zichzelf beschouwd niet tegenstrijdig is met diens ingenomen standpunt bij de beoordeling in het kader van art. 8 EVRM dat geen objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Kameroen uit te oefenen. Dat standpunt brengt niet met zich dat daarmee reeds aannemelijk is dat de kinderen geen andere keus hebben dan met de vreemdeling buiten de Unie te verblijven. Nu het voorliggende geval verschilt van het geval van het arrest Nunez wat betreft de door het EHRM met name van belang geachte omstandigheden, kan de vreemdeling zich niet met vrucht op dat arrest beroepen. In dat verband wordt voorts gewezen op het arrest van het EHRM van 14 februari 2012, nr. 26940/10, Antwi en anderen tegen Noorwegen (www.echr.coe.int), waarin het EHRM fundamentele verschillen met de zaak Nunez aanwezig achtte, nu in het geval Antwi geen sprake was van kwetsbaarheid van een minderjarig kind door eerdere onderbrekingen en tegenspoed in de verzorgingssituatie en de autoriteiten voortvarend hadden opgetreden, en bij gebrek aan uitzonderlijke omstandigheden van oordeel was dat voldoende gewicht was toegekend aan de belangen van het kind bij de beslissing tot uitzetting van de vader, die een belangrijke rol vervulde in de dagelijkse verzorging en opvoeding van het kind en aan wie het kind even sterk gehecht was als aan haar moeder (punten 95 en 100 tot en met 103).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen