ABRvS 12 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5907
Afwijzing verzoek van appellant om uitstel van betaling voor de terugvordering van huurtoeslag 2006 en zorgtoeslag over 2006, 2008 en 2009. Voorts heeft de Belastingdienst in dit besluit een betalingsregeling toegestaan, inhoudende een afbetaling van € 249,00 per maand. De Belastingdienst voert ten aanzien van de toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het beleid neergelegd in de Leidraad Invordering 2008 (hierna: de Leidraad). Vooropgesteld moet worden dat de Rb. terecht heeft overwogen dat uit art. 4:94 Awb en de bijbehorende wetsgeschiedenis volgt dat een beslissing waarbij uitstel van betaling wordt verleend dan wel een betalingsregeling wordt getroffen alsmede de beslissing waarbij uitstel van betaling of een betalingsregeling wordt geweigerd, een beschikking is waartegen bezwaar en beroep openstaan. In art. 15, lid 1 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 in samenhang gelezen met art. 7, lid 4 van de Uitvoeringsregeling Awir is limitatief opgesomd welke uitgaven de Belastingdienst mag meenemen in de bepaling van de maandelijkse betalingscapaciteit als bedoeld in art. 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De door appellant aangedragen uitgaven in verband met aflossing van oude schulden vallen niet onder die limitatief opgesomde uitgaven, zodat de Belastingdienst deze terecht niet heeft betrokken bij het bepalen van de betalingscapaciteit. De aldus door de Belastingdienst bepaalde maandelijkse betalingscapaciteit is ook voor het overige in overeenstemming met de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 vastgesteld. Die betalingscapaciteit, zijnde € 550,00 per maand, is toereikend om de terugvorderingen via de aangeboden standaard betalingsregeling van € 249,00 per maand gedurende twee jaren te voldoen. Gelet op het in art. 79.8 van de Leidraad neergelegde beleid, dat een verzoek om een andere betalingsregeling wordt afgewezen als uit de verstrekte gegevens blijkt dat de betalingscapaciteit voldoende is om de toeslagenschuld af te lossen volgens de standaardregeling, heeft de Belastingdienst terecht geen andere betalingsregeling dan de standaard betalingsregeling toegestaan. Voor zover appellant betoogt dat hij op korte termijn zal worden ontslagen, kan dat betoog niet bij de beoordeling worden betrokken, omdat zijn situatie ten tijde van het besluit op bezwaar van 16 februari 2011 nog niet was gewijzigd. Indien de financiële positie van appellant wijzigt, kan hij vanwege die omstandigheid de Belastingdienst verzoeken om de betalingsregeling aan te passen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 17 AWBZ
- Artikel 13 Uitv.reg.IW
- Artikel 15 Uitv.reg.IW
- Artikel 4:94 Awb
- Artikel 1 WHT
- Artikel 5 WHT
- Artikel 13 WHT
- Artikel 17 WHT
- Artikel 1 Zorgverzekeringswet
- Artikel 2 Wzt
- Artikel 2 Awir
- Artikel 26 Awir
- Artikel 79.7 Leidr. Inv.
- Artikel 79.8 Leidr. Inv.
- Artikel 4 WIJ
- Artikel 25 WIJ