ABRvS 5 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5071
Het verzoek van appellant sub 2 strekt tot ongeanonimiseerde publicatie van de zienswijzen over het ontwerp-bestemmingsplan Centrum en omgeving. Daargelaten of de aan dit verzoek voorafgaande beslissing van het college om die zienswijzen geanonimiseerd te publiceren als voorbereidingshandeling of als besluit op grond van art. 8 van de Wob dient te worden aangemerkt, is de Afdeling van oordeel dat dit verzoek een verzoek om informatie is als bedoeld in art. 3 van de Wob. Informatie die op grond van de Wob openbaar wordt gemaakt, wordt geacht vanaf die openbaarmaking voor een ieder toegankelijk te zijn. In dit geval zijn de zienswijzen ingediend in het kader van een bestemmingsplanprocedure. Dat de indieners mogelijk kunnen worden geacht te hebben ingestemd met het integraal ter inzage leggen van die zienswijzen gedurende de bestemmingsplanprocedure - hetgeen hier niet ter beoordeling voorligt - betekent niet dat zij hebben ingestemd met het voor een ieder openbaar maken van hun persoonsgegevens in de zin van de Wob. Anders dan appellant sub 2 aanvoert, kan het indienen van zienswijzen daarom niet worden aangemerkt als instemming van de betrokken personen met openbaarmaking van die gegevens, als bedoeld in art. 10, lid 3 van de Wob. Er is dan ook geen grond voor het oordeel dat de betrokken personen volledig afstand hebben gedaan van de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Het college heeft voorts in redelijkheid aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de indieners van zienswijzen meer gewicht kunnen toekennen dan aan het belang van de openbaarheid. Daarbij heeft het in aanmerking mogen nemen dat dit belang in voldoende mate wordt gediend door de zienswijzen en de reactie van het college daarop geanonimiseerd te publiceren.
De uitspraak op rechtspraak.nl