ABRvS 28 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY4427
Boete wegens overtreding van art. 2, lid 1 van de Wav. Volgens art. 9 van de beleidsregels 2011 kan de ingevolge art. 2, lid 1 van de Wav opgelegde boete met 25%, 50% of 75% worden gematigd, afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de evenredigheid. Volgens de toelichting bij deze bepaling kan er aanleiding zijn de boete te matigen als door de werkgever uitdrukkelijk kan worden aangetoond dat slechts arbeid is verricht van geringe omvang en duur, die eenmalig heeft plaatsgehad. Hierbij kan worden gedacht aan het eenmalig bereiden van eten, waarbij het boeterapport geen aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat meer aan de hand is dan arbeid van zeer beperkte aard. In dat geval is volgens de toelichting een matiging van de boete met 50% passend. Een matiging van 75% kan passend zijn indien de vreemdeling familie is die aantoonbaar rechtmatig in Nederland verblijft voor familiebezoek en (onbeloonde) werkzaamheden heeft verricht die meer in de privésfeer liggen. De Rb. heeft bij de door haar toegepaste matiging van de opgelegde boete met 50% in aanmerking genomen dat wederpartij de Wav niet eerder heeft overtreden, dat de vreemdeling ten tijde van de overtreding legaal in Nederland verbleef en niet voor gedwongen uitzetting in aanmerking kwam en dat de vreemdeling, als vriend van wederpartij, relatief geringe werkzaamheden heeft verricht. De minister heeft ter zitting verduidelijkt dat, hoewel ten tijde van het besluit van 15 oktober 2010 de Beleidsregels boeteoplegging Wav 2010 golden, het toepassen van het onder 3.2 weergegeven matigingsbeleid op dat moment reeds bestendige bestuurspraktijk was, welke daarna is neergelegd in de beleidsregels 2011. De minister betoogt terecht dat, gelet op dit beleid, matiging van de boete tot 50% van het hier van toepassing zijnde boetenormbedrag passend is. De vreemdeling heeft arbeid verricht van geringe omvang en duur, die eenmalig heeft plaatsgehad. De minister betoogt evenzeer terecht dat geen aanleiding bestaat voor matiging met 75%, welke factor de Rb. in feite heeft toegepast, nu de vreemdeling geen familie is van wederpartij en derhalve geen werkzaamheden heeft verricht die in de privésfeer liggen. Wederpartij heeft met de door hem begane overtreding in strijd gehandeld met de voornaamste doelstelling van de Wav, te weten het voorkomen en ontmoedigen van illegale tewerkstelling. Gelet hierop heeft de Rb. ten onrechte van belang geacht dat wederpartij niet in strijd heeft gehandeld met een andere doelstelling van de Wav, te weten het faciliteren van de voortzetting van illegaal verblijf. Dat wederpartij de Wav niet eerder heeft overtreden is evenmin een omstandigheid waarin de minister aanleiding had behoren te zien om over te gaan tot een verdergaande matiging van de boete.
De uitspraak op rechtspraak.nl