ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3086

Verlenen ontheffing en reguliere bouwvergunning voor het veranderen en vergroten van een winkel. Vast staat dat geen monumentenvergunning is verleend. Het standpunt van het college dat voor de aangevraagde bouwwerkzaamheden geen monumentenvergunning vereist is omdat de werkzaamheden alleen het interieur van het pand betreffen, kan niet worden gevolgd. Ten aanzien van in het kader van de Monumentenwet 1988 aangewezen monumenten is de Afdeling van oordeel (onder meer de uitspraak van 3 september 2008 in zaak nr. 200708573/1, LJN: BE9717) dat een onroerend goed slechts als geheel op de monumentenlijst kan worden geplaatst, waarmee de werking van de Monumentenwet 1988 zich uitstrekt over het pand als geheel. De in het register van beschermde monumenten opgenomen omschrijving dient om aan te geven welke aspecten en bestanddelen van het object in het bijzonder beschermingswaardig zijn, maar dat betekent niet dat het monument alleen bescherming geniet voor zover dat staat beschreven in die omschrijving. In het kader van een aanvraag om een monumentenvergunning dient vervolgens te worden beoordeeld of de bouwwerkzaamheden zich verdragen met de monumentale waarden van het pand. Geen grond is aanwezig om ten aanzien van gemeentelijk aangewezen monumenten anders te oordelen. De werking van de Monumentenverordening strekt zich dan ook uit over het hele pand. Voor dit uitgangspunt worden mede aanknopingspunten gevonden in de hiervoor vermelde kennisgeving van 20 mei 1987. Nu het college geen monumentenvergunning heeft verleend, heeft het college het besluit van 15 december 2010 in strijd met art. 44, eerste lid, aanhef en onder e, van de Woningwet genomen. De rb. heeft dat niet onderkend. Het hoger beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen