ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3038
Verlenen vrijstelling (19.1 WRO) en bouwvergunning voor het plaatsen van vier windturbines met bijbehorende bouwwerken. Het bouwplan is gedeeltelijk voorzien buiten de in het streekplan aangewezen zoekzone voor windturbines waardoor volgens het streekplan alleen medewerking kan worden verleend aan plaatsing van de turbines als deze zijn gelegen buiten een milieucontour van 400 m rond hindergevoelige bestemmingen. De woningen aan de Schaapsteeg 14 en 16 zijn gelegen binnen deze milieucontour. Deze woningen zijn eigendom van dezelfde eigenaren als de grond waarop de meest oostelijke windturbine is voorzien. Nuon Wind Development B.V. en de bewoners, tevens eigenaren, van de woningen zijn schriftelijk overeengekomen dat zij tezamen zorg zullen dragen voor het in werking hebben en houden van de windturbines. De grondeigenaren dienen visueel toezicht te houden op de goede werking van de windturbines en ervoor zorg te dragen dat onbevoegden niet in de directe omgeving van de turbines komen. Hoewel vergelijking met het geval waarop de uitspraak van de Afdeling van 16-09-2009, nr. 200900794/1/M1, LJN: BJ7747,ziet feitelijk niet geheel opgaat, heeft de rb. onder deze omstandigheden terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel, dat het college in redelijkheid geen vrijstelling heeft kunnen verlenen vanwege de omstandigheid dat niet kan worden voldaan aan voormelde afstandseis. De eigenaren van de woningen aan de Schaapsteeg 14 en 16 hebben gelet op de door hen te verrichten taken een zodanige betrokkenheid bij de inrichting, dat deze woningen om die reden tot de sfeer van de inrichting kunnen worden gerekend en geen bescherming tegen geluidhinder behoeven. Vast staat dat het perceel is gelegen in het ingevolge de Nota Ruimte aangewezen nationale landschap "Rivierengebied". Volgens de Nota Ruimte geldt in algemene zin dat binnen nationale landschappen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, mits de kernkwaliteiten van het landschap worden behouden of worden versterkt, het zogenoemde ja-mits-beleid. De kernkwaliteiten van dit nationaal landschap zijn schaalcontrast van zeer open naar besloten, samenhangend stelsel van rivier-uiterwaard-oeverwal-kom en samenhangend stelsel van hoge stuwwal-flank-kwelzone-oeverwal-rivier. Voorts staat vast dat in de door het college van gs op 3 juli 2007 vastgestelde "Streekplanuitwerking Nationale Landschappen", het perceel niet is aangewezen als "Waardevol open gebied". Volgens deze uitwerking vallen de nationale landschappen voor een groot deel samen met de waardevolle landschappen, waarin het ja-mits-beleid geldt. In de gebieden die niet tot de waardevolle landschappen maar wel tot de nationale landschappen behoren geldt voormeld beleid strikt genomen niet. De rb. heeft terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het bouwplan, nu dit voorzien is in een als nationaal landschap aangewezen gebied niet is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. De Nota Ruimte richt zich met name op de wijze van sturing in het ruimtelijk beleid en is vastgesteld onder het motto "decentraal wat kan, centraal wat moet", waarmee tot uitdrukking wordt gebracht dat de verantwoordelijkheid om het daarin weergegeven beleid uit te voeren in beginsel aan provincies en gemeenten is toegedacht. De Nota Ruimte neemt voorts tot uitgangspunt dat er ruimte voor ontwikkeling moet zijn, mits die past binnen de basiskwaliteiten van het betrokken gebied. Nu geen concrete beleidsbeslissingen zijn opgenomen in de Nota Ruimte en gebleken is dat het college bij de besluitvorming rekening heeft gehouden met het door het college van gs vastgestelde uitwerkingsbeleid ten behoeve van de Nota Ruimte bestaat geen grond voor het oordeel, dat in zoverre aan het besluit een onjuiste ruimtelijke onderbouwing ten grondslag ligt. Dat door realisering van het bouwplan een aantasting van nabijgelegen gebieden plaatsvindt is door de stichting niet aannemelijk gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl