ABRvS 31 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY2113

Zoals de Afdeling bij uitspraak van heden in zaak nr. 201207671/1/V3 (LJN: BY2124) heeft overwogen, kan uit de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2011 in zaak nr. 201100097/1/V3 (LJN: BP9560) worden afgeleid dat de minister reeds voor het verstrijken van de termijn van zes maanden dient vast te stellen dat aan de wettelijke grondslag voor het verlengen van de maatregel van bewaring is voldaan. Gelet hierop had het verlengingsbesluit uiterlijk op 6 augustus 2012 genomen moeten worden. Nu het verlengingsbesluit op 7 augustus 2012, eerst nadat de termijn van zes maanden was verstreken, is genomen, is het besluit niet tijdig genomen en is de bewaring met ingang van 7 augustus 2012 onrechtmatig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen