ABRvS 19 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7970
In het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 24 mei 2012 is onder meer aangegeven dat de controle overeenkomstig art. 4.17a, lid 1, onder c, van het Vb 2000 en met het oog op het verkrijgen van informatie over illegaal verblijf is uitgevoerd, dat de toezichtscontrole en de daarop volgende staandehouding hebben plaatsgevonden binnen een zone van twintig kilometer vanaf de gemeenschappelijke landsgrens met België, dat op voormelde openbare weg in de periode van 1 tot en met 16 mei 2012 een toezichtscontrole van in totaal vijf minuten heeft plaatsgevonden, te weten op 16 mei 2012, en dat tijdens die controle daadwerkelijk één vervoermiddel is stilgehouden, zijnde een deel van het aantal gepasseerde vervoermiddelen. Met het vorenstaande is voldoende inzicht gegeven in de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot de staandehouding. Voorts blijkt daaruit genoegzaam dat bij de controle de voorschriften van art. 4.17a van het Vb 2000 in acht zijn genomen. De vreemdeling heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die op het tegendeel wijzen. De enkele opmerking van de vreemdeling dat de controle slechts vijf minuten heeft geduurd, waarbij slechts één vervoermiddel is gecontroleerd, is daartoe niet voldoende.
De uitspraak op rechtspraak.nl