ABRvS 14 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7963
Bij verwijzingsuitspraak van 4 juni 2012 in zaak nr. 201204130/1/T1/V4 (LJN: BW7489) heeft de Afdeling het Hof verzocht bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over, samengevat weergegeven, de vraag of de artikelen 20 en 21 van de Schengengrenscode aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale wettelijke regeling als vervat in art. 4.17a van het Vb 2000. Het Hof heeft die vraag bij arrest van 19 juli 2012 (LJN: BX2936) bevestigend beantwoord. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat een met toepassing van art. 4.17a van het Vb 2000 uitgevoerde MTV-controle verenigbaar is met de Schengengrenscode. Uit onder meer de punten 75 en 76 van het arrest volgt dat, indien er aanwijzingen zijn dat een controle in een grensgebied, zoals een MTV controle, eenzelfde effect kan hebben als een grenscontrole, de uitoefening van de controlebevoegdheid niet alleen in een wettelijk kader dient te zijn gepreciseerd en beperkt ter voorkoming van dat effect, maar ook dat deze preciseringen en beperkingen strikt dienen te worden nageleefd. (…) [De] (…) processen-verbaal geven voldoende inzicht in de omstandigheden die aanleiding vormden voor de staandehouding. Voorts blijkt uit het vorenstaande genoegzaam dat bij de controle de voorschriften van art. 4.17a van het Vb 2000 in acht zijn genomen. De vreemdeling heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de Rb. een nader onderzoek had moeten instellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl