ABRvS 19 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7716
Verlenen vrijstelling en bouwvergunning eerste fase voor het oprichten van een winkelruimte met 3 bovenliggende appartementen. Nu de aanvraag om vrijstelling voor het bouwplan dateert van 1 maart 2007 en dus van vóór de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008, blijft ingevolge art. 9.1.10, lid 1 van de Invoeringswet Wro het recht zoals dit gold tot 1 juli 2008 op de aanvraag van toepassing. Onder dit recht dient, volgens de bedoeling en de strekking van het overgangsrecht, ook te worden verstaan het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 9 oktober 2007 tot "Aanwijzing van categorieën van gevallen als bedoeld in art. 19, lid 2, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening", zoals gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Zuid-Holland van 24 oktober 2007, nr. 96 (hierna: het besluit). Daarbij is van belang dat in dit besluit nadere uitwerking wordt gegeven aan de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling welke art. 19, lid 2 van de WRO, aan het college van burgemeester en wethouders toebedeelt en dat deze nadere uitwerking in het verlengde daarvan ligt. Weliswaar kan strikt genomen uit de bewoordingen van het besluit worden afgeleid dat dit slechts gelding heeft tot de datum van inwerkingtreding van de Wro, echter dit doet er niet aan af dat op grond van art. 9.1.10, lid 1 van de Invoeringswet Wro de aanvraag in behandeling dient te worden genomen met toepassing van het recht zoals dit gold tot 1 juli 2008. Het besluit had toen, evenals art. 19, lid 2 van de WRO, nog gelding. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd heeft de Rb. dan ook terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het college niet bevoegd was om krachtens art. 19, lid 2 van de WRO vrijstelling voor het bouwplan te verlenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl