ABRvS 6 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7465

Dat de vreemdeling zich niet aan zijn vertrektermijn heeft gehouden geeft, tezamen met de aan de maatregel ten grondslag gelegde, niet betwiste grond dat hij zich niet heeft gehouden aan één of meer voor hem geldende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 4 van het Vb 2000, in beginsel voldoende grond om aan te nemen dat het risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal ontrekken dan wel de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure zal ontwijken of belemmeren. […]. De vreemdeling heeft in dit geval onweersproken aangevoerd dat hij in een door de gemeente Tubbergen beschikbaar gestelde woning woont en dat hij tot en met juni 2012 een bijstandsuitkering en zorgtoeslag heeft ontvangen. Uit de op de zaak betrekking hebbende stukken blijkt dat de vreemdeling staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie en dat zijn Burundese identiteitskaart reeds in het bezit was van de Vreemdelingenpolitie Twente. Voorts heeft de vreemdeling onweersproken aangevoerd dat hij zich tijdens de twee jaren voorafgaand aan de inbewaringstelling steeds aan zijn wekelijkse meldplicht gehouden, waarbij hem nimmer te kennen is gegeven dat hij Nederland dient te verlaten. Tevens heeft de vreemdeling steeds te kennen gegeven dat hij naar Burundi terug wil keren als hij in Nederland is uitgeprocedeerd. Onder deze omstandigheden bestond ten tijde van het besluit tot oplegging van de maatregel geen grond om aan te nemen dat een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken of dat hij de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De maatregel kan in dit geval niet worden gedragen door de daarin genoemde omstandigheden en is van meet af aan onrechtmatig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen