ABRvS 5 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX6489
Weigering verlenen verklaring van geschiktheid voor de rijbewijscategorieën B en C omdat niet aannemelijk is dat misbruik van drugs is gestopt. Het CBR betoogt met recht dat in de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid een onderscheid is gemaakt tussen het gebruik van geneesmiddelen en misbruik ervan. Zoals de Rb. terecht heeft overwogen, ligt de vraag voor of het CBR het methadongebruik van wederpartij mocht aanmerken als misbruik als bedoeld in paragraaf 8.8 van die bijlage. Uit het verslag van de psychiater die het onderzoek heeft uitgevoerd volgt dat wederpartij reeds twee jaar dagelijks methadon gebruikt, nadat hij meer dan tien jaar verslaafd is geweest aan cocaïne en heroïne. Uit de brief van de psychiater aan het CBR van 25 mei 2010 volgt voorts dat wederpartij methadon gebruikt via de verslavingszorg en dat het hem alleen met dat middel lukt om abstinent te blijven. Het CBR heeft zich, gelet op het uittreksel uit het Farmacotherapeutisch Kompas en de samenvatting van de productkenmerken van methadon die zij heeft overgelegd, op het standpunt mogen stellen dat het langdurige methadongebruik van wederpartij is aan te merken als een nieuwe verslaving en daarmee als misbruik van psychoactieve middelen als bedoeld in paragraaf 8.8 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid. Hierbij heeft het CBR in aanmerking mogen nemen dat wederpartij ten tijde van het bij de Rb. bestreden besluit reeds twee jaar dagelijks methadon gebruikte, terwijl bij een reguliere verslavingsbehandeling dit middel slechts een aantal weken wordt voorgeschreven. Voorts mocht het CBR het advies van psychiater 2 bij haar oordeel betrekken. Dat hij wederpartij niet heeft onderzocht is, anders dan de Rb. heeft overwogen, daarbij niet van belang, omdat hij in belangrijke mate een algemene uiteenzetting heeft gegeven over het gebruik van methadon als pijnstiller en het gebruik ervan in het kader van het afbouwen van een verslaving aan een ander middel. Het advies van de psychiater 2 komt voorts overeen met hetgeen is vermeld in het Farmacotherapeutisch Kompas en de samenvatting van de productkenmerken van methadon. Anders dan de Rb. heeft overwogen, mocht het CBR zich op het standpunt stellen dat het methadongebruik van wederpartij niet op een lijn is te stellen met het gebruik van dat middel als analgeticum (pijnstiller). Wederpartij gebruikt methadon niet als pijnstiller maar als middel om zijn hunkering naar een psychoactief middel af te wenden dan wel te voorkomen. Het CBR mocht zich op het standpunt stellen dat dit een andersoortige aandoening is waarbij de methadon met een ander doel wordt voorgeschreven. Het CBR mocht zich op het standpunt stellen dat paragraaf 10.13 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid niet van toepassing is op het geval van wederpartij Gegrond hoger beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl