ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5973

Appellante sub 1 is eigenaar van een perceel met bedrijfswoning waarop een paardenpension wordt geëxploiteerd. Zij heeft samen met wijlen haar echtgenoot verzocht om vergoeding van planschade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van een aantal planologische maatregelen ten aanzien van de aan de overzijde van de weg gelegen percelen. De SAOZ heeft bij de planvergelijking terecht van belang geacht dat de onroerende zaak van appellante sub 1 een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning betreft, omdat de waardegevoeligheid van een bedrijfswoning voor aspecten als uitzicht, geluid en privacy minder groot is dan bij een burgerwoning het geval is. Bij een burgerwoning staat het wonen en het genot daarvan voorop en bij een bedrijfswoning is het woongenot weliswaar niet onbelangrijk, maar ondergeschikt aan de bedrijfsfunctie waartoe het pand dient. De SAOZ heeft eveneens terecht van belang geacht dat door de partiële herziening van het bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk geworden is die ook tot een toename van de gebruiksintensiteit van de percelen heeft geleid, maar dat daar tegenover staat dat de herziening ook voordelen heeft opgeleverd voor appellante sub 1. Zo zijn ter plaatse geen sleufsilo's, veldschuur en bouwwerken ten behoeve van bovengrondse leidingen, waaronder elektriciteitsmasten, meer toegelaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen