ABRvS 22 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5295

Lastgeving onder oplegging van een dwangsom het met het geldende bestemmingsplan strijdige gebruik van een pand voor de verkoop aan particulieren te staken en gestaakt te houden. Het college heeft uiteengezet dat ingevolge art. 5, lid 1, onder 1, sub f, van het bestemmingsplan weliswaar geen verkoop aan particulieren is toegestaan, maar dat het college dit planvoorschrift beleidsmatig heeft ingevuld in die zin dat het ondergeschikte verkoop aan particulieren wel toestaat, voor zover deze ondergeschikt is aan de groothandelsactiviteiten en de detailhandel gericht op de zakelijke markt. Dit betekent dat het college pas tot handhaving overgaat indien de verkoop aan particulieren niet is aan te merken als een ondergeschikte activiteit. De Rb. heeft terecht overwogen dat het college, voor de beoordeling of de verkoop aan particulieren een ondergeschikte activiteit is bij de groothandel en de detailhandel gericht op de zakelijke markt, enige vrijheid heeft bij het bepalen van het maximale percentage van de omzet dat afkomstig mag zijn uit de verkoop aan particulieren. In hetgeen in beroep is aangevoerd heeft de Rb. terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het door het college gehanteerde percentage van 10 onredelijk is. Nu sprake is van overschrijding van het door het college maximaal toegestane percentage, heeft de Rb. terecht overwogen dat niet meer gesproken kan worden van een ondergeschikte activiteit. De Rb. heeft terecht overwogen dat het college bevoegd was handhavend op te treden. De Rb. heeft ten onrechte overwogen dat het college bevoegd is betrokkene te gelasten de verkoop aan particulieren in zijn geheel te staken. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het college het verbod uit het bestemmingsplan beleidsmatig zo heeft ingevuld dat 10% van de gehele omzet afkomstig mag zijn uit de verkoop aan particulieren en het in het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom bovendien te kennen heeft gegeven dat het de invordering van een verbeurde dwangsom zal opschorten indien binnen twee weken na constatering van de overtreding met behulp van omzetcijfers van de betreffende maand wordt aangetoond dat de verkoop aan particulieren is teruggebracht tot maximaal 10% van de totale omzet van het bedrijf. Nu het college zowel bij de vraag wanneer sprake is van een overtreding als bij de vraag wanneer tot invordering van de dwangsom zal worden overgegaan, bepalend acht of de verkoop aan particulieren ondergeschikt is aan de groothandelsactiviteiten en de detailhandel gericht op de zakelijke markt, diende het college de last ook dienovereenkomstig te formuleren. De last tot het geheel staken van de verkoop aan particulieren strekt derhalve verder dan nodig is om de overtreding - vastgesteld aan de hand van het beleid dat het college ter plaatse ten aanzien van ondergeschikte activiteiten voert - te beëindigen en invordering van de dwangsom te voorkomen. Het besluit op bezwaar dient om deze reden te worden vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen