ABRvS 22 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5262
Revisievergunning als bedoeld in art. 8.4, lid 1 Wm voor het veranderen en in werking hebben van de bestaande aardgasbehandelingsinstallatie. De beroepsgronden zien op of hangen samen met de hinder vanwege laagfrequent geluid. De Afdeling overweegt onder meer dat er geen wettelijk voorgeschreven methode bestaat voor het meten van laagfrequent geluid en er bestaat evenmin een wettelijk voorschrift dat zich tegen toepassing van de in dit geval toegepaste Beamforming-methode door het NLR verzette. Derhalve kan in het door appellanten aangevoerde geen grond worden gevonden voor het oordeel dat die methode niet in redelijkheid mocht worden toegepast. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat, zoals is vermeld in het deskundigenbericht, die methode in staat is om bronnen van laagfrequent geluid op te sporen, hetgeen het doel van het NLR3-onderzoek was. (…) De Afdeling oordeelt verder dat er geen wettelijk voorgeschreven richtlijn bestaat voor het vaststellen van normen voor acceptabel laagfrequent geluid waarop de minister zich dient te baseren en er geen wettelijke bepaling bestaat die zich tegen de toepassing daarvan verzet. De minister heeft derhalve een zekere beoordelingsvrijheid bij de keuze van een norm voor laagfrequent geluid. De gekozen referentiecurve uit de NSG-richtlijn impliceert een zekere mate van hinder, maar dat is ook het geval bij andere gebruikelijke normen voor laagfrequent geluid, aldus het deskundigenbericht. De Afdeling ziet geen aanleiding aan deze conclusie te twijfelen. Het door appellanten aangevoerde leidt aldus niet tot het oordeel dat de minister de NSG-richtlijn in redelijkheid niet heeft mogen hanteren. (…)
De uitspraak op rechtspraak.nl