ABRvS 6 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5036
De Afdeling ziet geen grond anders te oordelen over art. 62a, lid 1, aanhef en onder c, en art. 62a, lid 3 Vw 2000 dan zij in voornoemde uitspraak van 24 april 2012 [in zaak nr. 201103734/1/V3, LJN: BW4300] heeft gedaan over art. 6, lid 2 en 3 van de Terugkeerrichtlijn. Uit het voorgaande volgt dat art. 62a, lid 1, aanhef en onder c, van de Vw 2000 in het onderhavige geval niet van toepassing is. Nu de minister de vreemdeling reeds op 8 februari 2012 een bevel als bedoeld in art. 62a, lid 3 Vw 2000, heeft uitgereikt en de vreemdeling niet heeft aangetoond dat hij Nederland nadien heeft verlaten en is teruggekeerd naar Spanje, bestaat geen grond voor het oordeel dat het terugkeerbesluit van 8 mei 2012 ten overvloede is genomen. De minister was, gelet op de laatste volzin van art. 62a, lid 3 Vw 2000, immers gehouden dit terugkeerbesluit uit te vaardigen en de Rb. had aldus de rechtmatigheid van dit besluit behoren te toetsen. De vreemdeling betoogt derhalve terecht dat de Rb. het beroep tegen het terugkeerbesluit ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl