ABRvS 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4676
Besluit tot verlening van een revisievergunning als bedoeld in art. 8.4 lid 1 Wm voor een legpluimveebedrijf en melkrundveehouderij. Appellanten betogen dat de kennisgeving van het ontwerpbesluit op onjuiste wijze heeft plaatsgevonden. Bij de toepassing van art. 3:12 lid 1 Awb komt het college een zekere vrijheid toe, mits aldus een geschikte wijze van kennisgeving van het ontwerpbesluit plaatsvindt. Volgens de memorie van toelichting bij de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Kamerstukken II, 1999-2000, 27 023, nr. 3, blz. 14) moet daarbij worden voldaan aan de voorwaarde dat de kennisgeving daadwerkelijk al diegenen kan bereiken die naar verwachting bedenkingen kunnen hebben tegen het ontwerpbesluit. Daarbij geldt het ambtsgebied van de desbetreffende gemeente niet als criterium, aldus de memorie van toelichting. Kennisgeving via het internet kan een geschikte wijze van kennisgeving als bedoeld in art. 3:12 lid 1 Awb zijn. Zoals wordt bevestigd in de memorie van toelichting bij de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer (Kamerstukken II 2001-2002, 28 483, nr. 3, blz. 24 en 38), is op de kennisgeving als bedoeld in art. 3:12 lid 1, echter tevens art. 2:14 lid 2 Awb van toepassing. Art. 2:14 lid 2 en art. 3:12 lid 1 Awb dienen in onderlinge samenhang aldus te worden uitgelegd dat op grond daarvan vereist is dat, in verband met art. 3:11 lid 1 en art. 3:15 lid 1, van een ontwerpbesluit op ten minste één niet-elektronische, geschikte wijze als bedoeld in art. 3:12 lid 1 kennis wordt gegeven, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Het college heeft desgevraagd schriftelijk meegedeeld dat in de gemeente Deventer ten tijde van de kennisgeving van het ontwerpbesluit niet een wettelijk voorschrift, als bedoeld in art. 2:14 lid 2, gold. Het college had derhalve op ten minste één niet-elektronische, geschikte wijze kennis moeten geven van het ontwerpbesluit. De wijze waarop het college kennis van het ontwerpbesluit heeft gegeven is in strijd met art. 3:12 lid 1 Awb. Dit gebrek kan niet met toepassing van art. 6:22 Awb worden gepasseerd, aangezien niet aannemelijk is geworden dat belanghebbenden er niet door zijn benadeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl