ABRvS 3 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3933
Gelet op hetgeen het Hof in de punten 71 tot en met 73 van het arrest heeft overwogen moet met betrekking tot de in grief 2 opgeworpen klacht dat geen sprake was van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf worden geconcludeerd dat, bezien vanuit het Unierecht, voor het uitvoeren van een MTV-controle in het grensgebied de aanwezigheid van een zodanig vermoeden niet is vereist. Uit onder meer de punten 75 en 76 van het arrest van het Hof volgt dat, indien er aanwijzingen zijn dat een controle in een grensgebied, zoals een MTV-controle, eenzelfde effect kan hebben als een grenscontrole, de uitoefening van de controlebevoegdheid in een wettelijk kader dient te zijn gepreciseerd en beperkt ter voorkoming van dat effect, en dat deze preciseringen en beperkingen strikt dienen te worden nageleefd. Ten aanzien hiervan overweegt de Afdeling, mede gelet op punt 85 van het arrest, het volgende. Blijkens het op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van staandehouding, overbrenging en ophouding van 28 maart 2012 is de vreemdeling, die stelt afkomstig te zijn uit Afghanistan, op die dag tijdens een MTV-controle krachtens art. 50, lid 1 Vw 2000 staande gehouden als passagier van een voertuig voorzien van een Duits kenteken. De staandehouding heeft plaatsgevonden op de Rijksweg A67/E34, op het baanvak komende vanuit Duitsland, in de gemeente Venlo. In het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2012 is onder meer aangegeven dat de controle overeenkomstig art. 4.17a, lid 1 onder c van het Vb 2000 is uitgevoerd op basis van informatie of ervaringsgegevens over illegaal verblijf na grensoverschrijding, dat de staandehouding heeft plaatsgevonden binnen een zone van twintig kilometer vanaf de landsgrens met Duitsland, dat in de maand maart op de desbetreffende locatie een of meerdere toezichtscontroles hebben plaatsgevonden voor de totale duur van 54 uur en 38 minuten, dat op de desbetreffende locatie op 28 maart 2012 een of meerdere toezichtscontroles hebben plaatsgevonden voor de totale duur van 1 uur en dat tijdens deze controle daadwerkelijk 2 vervoermiddelen zijn stilgehouden, zijnde een deel van het aantal gepasseerde vervoermiddelen. Hieruit blijkt genoegzaam dat voormelde wettelijke voorschriften zijn nageleefd en dat de staandehouding van de vreemdeling heeft plaatsgevonden in het grensgebied. Nu de vreemdeling geen feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die op het tegendeel wijzen, heeft de Rb. terecht geen aanleiding gezien voor het instellen van een nader onderzoek en heeft zij terecht geoordeeld dat de staandehouding rechtmatig was. (…).
De uitspraak op rechtspraak.nl