ABRvS 8 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3918
Alleen voertuigen die bestemd zijn om te worden verkocht, bewaard of bewerkt, mogen in de bedrijfsvoorraad worden en zijn opgenomen. Gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 62, lid 1 van de Wvw 1994 (Kamerstukken II 1990/91, 22 030, nr. 3, blz. 33 en 107) worden hiermee voertuigen bedoeld die ofwel worden verhandeld ofwel uiteindelijk worden gesloopt. Uit het rapport, dat is opgemaakt naar aanleiding van de bedrijfscontrole, en het bezwaarschrift volgt dat wederpartij met betrekking tot het voertuig met kenteken [...] heeft verklaard, dat het werd gerestaureerd op een andere locatie. Hieruit kan worden afgeleid dat het voertuig ten tijde van de controle niet bestemd was om te worden verhandeld en dat het tevens niet bestemd was om uiteindelijk te worden gesloopt, zodat dit voertuig ingevolge art. 9, lid 7 van de Regeling niet in de bedrijfsvoorraad mocht zijn opgenomen. Of het voertuig na restauratie al dan niet bestemd was om te worden verhandeld is niet van belang. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat uit art. 9, lid 2 van de Regeling volgt dat bij voortduring moet worden voldaan aan de eis dat een voertuig bestemd is om te worden verhandeld. De voorzieningenrechter heeft dit ten onrechte niet onderkend. Gegrond hoger beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl