ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1864

Herziening van aan wederpartij toegekende voorschot kindgebonden budget voor 2010, vaststelling op nihil en terugvordering van het uitbetaalde voorschot. Wederpartij betwist niet dat hij voor het jaar 2010 geen aanspraak op een kindgebonden budget had. Zijn betoog komt erop neer dat het voorschot niet van hem mocht worden teruggevorderd, omdat dat niet op zijn bankrekening, maar op die van zijn vroegere partner is uitbetaald. De Belastingdienst heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat wederpartij de aanvrager is en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor het doorgeven van een wijziging van het rekeningnummer en het terugbetalen van te veel ontvangen voorschot. De rb. heeft dat besluit vernietigd, omdat, nu de stelling dat de kinderbijslag aan de vroegere partner is uitbetaald niet is weersproken, de vroegere partner ingevolge art. 2 van de Wkb aanspraak op een kindgebonden budget heeft en zij ingevolge art. 5, tweede lid, van de Wkb als aanvrager daarvan moet worden aangemerkt. De Belastingdienst had de besluiten over het kindgebonden budget daarom aan haar moeten richten en haar moeten aanmerken als degene die ingevolge art. 26 van de Awir het bedrag van de terugvordering geheel verschuldigd is, aldus de rb. De Belastingdienst heeft in beroep een op 5 oktober 2007 van de SVB ontvangen 'startbericht' overgelegd. Hierin staat als burgerservicenummer van de aanvrager van de kinderbijslag dat van wederpartij vermeld en als rekeningnummer van de aanvrager het rekeningnummer [...]. Gelet hierop, heeft de Belastingdienst terecht wederpartij aangemerkt als de ouder, aan wie in 2008 kinderbijslag werd betaald en die ingevolge art. 5, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wkb, in 2008 geacht wordt een aanvraag voor een kindgebonden budget te hebben gedaan. Die aanvraag wordt ingevolge art. 15, vierde lid, van de Awir geacht mede te zijn gedaan voor de jaren 2009 en 2010. De Belastingdienst heeft de besluiten over het kindgebonden budget voor de jaren 2008, 2009 en 2010 daarom terecht aan wederpartij gericht. In die besluiten is als rekeningnummer [....] vermeld. Indien wederpartij meende dat het kindgebonden budget ten onrechte aan hem was toegekend, dan wel ten onrechte op een niet aan hem toebehorende bankrekening werd uitbetaald, zou het op zijn weg hebben gelegen daarvan tijdig mededeling aan de Belastingdienst te doen. Gegrond beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen