ABRvS 11 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1015
Appellant betoogt dat de Rb. het college ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om het door haar geconstateerde gebrek te herstellen, als bedoeld in art. 8:51a lid 1 Awb. Het betoog faalt. De ingevolge art. 8:51a lid 1 Awb aan de Rb. toegekende bevoegdheid een zogenoemde bestuurlijke lus toe te passen is discretionair van aard, zodat de Rb., anders dan appellant stelt, niet zonder meer gehouden was hiervan gebruik te maken. Nu appellant niet nadrukkelijk om toepassing van dit artikel heeft verzocht, was de Rb. niet gehouden haar oordeel op dit punt te motiveren.
De uitspraak op rechtspraak.nl