ABRvS 4 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX0579
Niet in geschil is dat de Nederlandse wetgever de Terugkeerrichtlijn niet vóór het verstrijken van de omzettingstermijn op 24 december 2010 in de nationale wetgeving had geïmplementeerd. Dat betekent dat art. 10, lid 2 van die richtlijn ten tijde van het besluit van 19 augustus 2010 nog niet was geïmplementeerd in het VV 2000, zoals in de memorie van toelichting is aangekondigd. Mitsdien moet worden aangenomen dat de minister in voormeld besluit, waarbij hij - na toetsing aan de ter zake geldende nationale wetgeving - heeft geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling te verlenen, niet het recht van de Unie ten uitvoer heeft gebracht. De zaak valt derhalve niet binnen de materiële werkingssfeer van het Handvest, zodat de Rb., anders dan de vreemdeling betoogt, art. 24 van het Handvest terecht niet heeft betrokken bij de beoordeling van het besluit van 19 augustus 2010.
De uitspraak op rechtspraak.nl