ABRvS 31 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW7962

Uit de hiervoor onder 2.3.1. weergegeven passages van de door de vreemdeling ingebrachte stukken volgt, anders dan zij betoogt, niet dat een Oeigoer die langere tijd in het buitenland heeft verbleven of van wie de autoriteiten er van op de hoogte zijn dat in het buitenland om asiel is verzocht, bij terugkeer naar China reeds daarom een reëel risico loopt op schending van art. 3 EVRM. Uit de door de vreemdeling overgelegde stukken over een andere Oeigoerse vreemdeling kan dat evenmin worden afgeleid. Derhalve heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat de minister in het besluit van 26 november 2011 deugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar China een reëel risico loopt op schending van art. 3 EVRM.-

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen