ABRvS 16 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW5916

Het college betoogt dat de Rb. ten onrechte heeft overwogen dat het college het als beroep aan de Rb. doorgezonden bezwaarschrift tegen een invorderingsbeschikking dient te behandelen als bezwaar. De Rb. heeft het door appellant sub 2 gemaakte bezwaar tegen de invorderingsbeschikking op grond van art. 5:39 lid 1 Awb als beroep van rechtswege meegenomen bij de behandeling van het beroep tegen het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom. De Rb. heeft het laatstgenoemde beroep van appellant sub 2 terecht niet ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van griffierecht. Daaruit volgt dat de Rb. terecht heeft overwogen dat zij het als beroep doorgezonden bezwaarschrift van appellant sub 2 tegen de invorderingsbeschikking zal terugzenden naar het college ter behandeling als bezwaar. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het aanwenden van rechtsmiddelen tegen een invorderingsbeschikking mogelijk is, ook indien tegen het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom geen rechtsmiddelen zijn aangewend. Dat de opdracht van de Rb. aan het college om het bezwaarschrift alsnog in behandeling te nemen niet als dictum in de aangevallen uitspraak is opgenomen, betekent, anders dan het college stelt, niet dat het college niet gehouden is het teruggezonden bezwaarschrift in behandeling te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen