ABRvS 2 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4506
Verlenen vrijstelling (19 WRO) bij besluit van 29 juli 2008 en verlenen bouwvergunning bij besluit van 3 november 2008 voor het oprichten van 78 woningen op het perceel gelegen naast dat van appellante sub 2. De Rb. heeft overwogen dat, nu het college de beslistermijn bij brief van 12 september 2008 tijdig heeft verdaagd en het binnen de in die brief gestelde termijn een besluit op de aanvraag heeft genomen, niet van rechtswege bouwvergunning is verleend. Art. 46, lid 2 van de Woningwet, behelst uitsluitend een afwijking van de beslistermijnen, gesteld bij het eerste lid. De Afdeling overweegt in dit verband nog dat de mogelijkheid tot verdaging is opgenomen voor die situaties dat niet binnen de daartoe gestelde termijn de benodigde toetsing kan worden uitgevoerd. In de situatie dat eerst een aanvraag om vrijstelling is ingediend, is het bestuursorgaan al in de gelegenheid om zich over die toetsing een oordeel te vormen. Nu de bouwvergunning niet kon worden verleend, dan nadat krachtens art. 19 van de WRO vrijstelling van het bestemmingsplan was verleend, was ingevolge art. 46, lid 3 van de Woningwet het eerste lid van dat artikel niet van toepassing. Hieruit volgt dat ook het tweede lid niet van toepassing was. Het college kon de beslistermijn dan ook niet krachtens art. 46, lid 2 van de Woningwet verdagen. In dit geval eindigde termijn voor het indienen van zienswijzen op 2 juli 2008. De termijn, waarbinnen het college diende te beslissen, eindigde ingevolge art. 49, lid 2, onderdeel a, onder 2, van de Woningwet, gelezen in verbinding met art. 4:15 van de Awb, op 2 oktober 2008. Het college had op dat moment nog geen besluit genomen, zodat ingevolge art. 49, lid 3 van de Woningwet bouwvergunning was verleend. Hieruit volgt dat het college op 3 november 2008 niet meer op de aanvraag om verlening van bouwvergunning kon beslissen. Het besluit van 15 mei 2009, voor zover dit tot handhaving van het besluit van 3 november 2008 strekt, moest dan ook door de Rb. worden vernietigd. Appellante sub 2 betoogt voorts dat het college ten onrechte voorbij is gegaan aan haar betoog dat uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbaar is dat direct naast haar bedrijfsgebouwen 78 woningen worden gerealiseerd. Volgens haar is niet onderzocht, in hoeverre ter plaatse van het bouwplan een goed woon- en leefklimaat is en of, en zo ja hoe, kan worden gewaarborgd dat zij haar bedrijfsactiviteiten nu en in de toekomst op voor haar aanvaardbare wijze kan uitvoeren, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat de onderneming op basis van het bestemmingsplan nog ruimschoots uitbreidingsmogelijkheden heeft. Volgens appellante sub 2 is evenmin gemotiveerd, waarom van de brochure van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG) 'Bedrijven en milieuzonering' zou mogen worden afgeweken. Zoals de Afdeling ook eerder heeft overwogen moet bij de beantwoording van de vraag of ter plaatse van een project een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, niet alleen worden uitgegaan van de feitelijke situatie, maar tevens van hetgeen planologisch mogelijk is. Nu uit het besluit van 8 november 2011 onvoldoende blijkt dat het college heeft onderzocht, in hoeverre appellante sub 2 op grond van het bestemmingsplan nog uitbreidingsmogelijkheden heeft, wat de gevolgen van het bouwplan voor die mogelijkheden zijn en welke gevolgen uitbreiding van appellante sub 2 zou hebben op het woon- en leefklimaat van de op te richten woningen, heeft het zijn oordeel dat het woon- en leefklimaat van de op te richten woningen voldoende wordt gegarandeerd en appellante sub 2 niet onevenredig in haar bedrijfsvoering wordt belemmerd niet toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 15 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 17 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 19a Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 1 Wgh
- Artikel 46 Wonw
- Artikel 49 Wonw
- Artikel 57 Wonw
- Artikel 58 Wonw
- Artikel 3:11 Awb
- Artikel 3:16 Awb
- Artikel 4:15 Awb
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 8:58 Awb
- Artikel 1.1 Barim