ABRvS 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4356
Anders dan de Rb. heeft overwogen, behoeven de processen-verbaal niet inzichtelijk te maken dat is voldaan aan alle bij art. 21 van de Schengengrenscode gestelde eisen. Uit de tekst van art. 21 van de Schengengrenscode, noch uit de overwegingen van het Hof in voormeld arrest [van 22 juni 2010, gevoegde zaken C-188/10 & C-189/10, Melki en Abdeli], kan worden afgeleid dat art. 21, aanhef en onder a, sub i t/m iv, van de Schengengrenscode cumulatieve vereisten bevat waaraan de lidstaten bij de door hen uit te oefenen politiële bevoegdheden moeten voldoen. De aldaar vermelde omstandigheden bieden de lidstaten weliswaar belangrijke richtlijnen bij de invulling van de aan hen toekomende bevoegdheid om politiële maatregelen in de grensgebieden uit te oefenen, echter de bepaling brengt niet met zich mee dat aan al de omstandigheden genoemd in sub i t/m iv moet zijn voldaan alvorens te kunnen concluderen dat de in grensgebieden uit te oefenen politiebevoegdheden niet hetzelfde effect hebben als grenscontroles. Dit blijkt reeds uit de tekst van art. 21, aanhef en onder a, van de Schengengrenscode, waar de toevoeging "met name" tot uitdrukking brengt dat het hier gaat om een niet-uitputtende beschrijving van omstandigheden waaronder de uitoefening van een politiële bevoegdheid niet hetzelfde effect heeft als een grenscontrole.
De uitspraak op rechtspraak.nl