ABRvS 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3928
Vaststellen huurtoeslag op nihil en terugvordering uitbetaalde voorschotten huurtoeslag. Aan appellant is vanwege een verkeersongeluk in 2002 door Dekra claim services een bedrag van €150.000,00 uitgekeerd ter vergoeding van letselschade. Gezien de door Dekra claim services verstrekte toelichting, heeft de Rb. terecht overwogen dat van de uitgekeerde schadevergoeding alleen het bedrag van €10.000,00 aan smartengeld kan worden aangemerkt als immateriële schadevergoeding als bedoeld in art. 9 van de Uitvoeringsregeling. In de Wht is de aanspraak op een tegemoetkoming, de huurtoeslag, mede afhankelijk gesteld van het vermogen van de huurder, als bedoeld in art. 7, lid 3 van de Awir. Uit art. 7, lid 3 van de Awir, gelezen in samenhang met art. 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, volgt dat geen aanspraak bestaat op een tegemoetkoming, indien het gemiddelde vermogen van de huurder in het berekeningsjaar het heffingsvrije deel overstijgt. Art. 7, lid 3 van de Awir is per 1 januari 2007 in zoverre gewijzigd dat bij het bepalen van het gemiddelde vermogen niet langer rekening wordt gehouden met vrijstellingen als bedoeld in de afdelingen 5.3 en 5.3A van de Wet IB 2001. Dit betekent dat vanaf 2007 bij de berekening van de huurtoeslag maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal tot het vermogen worden gerekend. De wijziging van art. 7, lid 3 van de Awir geldt voor berekening van alle huurtoeslagen vanaf 1 januari 2007. Anders dan appellant betoogt, biedt de Awir geen mogelijkheid om een uitzondering te maken op deze regeling voor bestaande situaties. Dit betekent dat appellant, daargelaten dat hij in 2008 niet beschikte over maatschappelijke beleggingen of beleggingen in durfkapitaal, reeds hierom geen beroep kan doen op vrijstellingen als bedoeld in de afdelingen 5.3 en 5.3A van de Wet IB 2001. Gelet op het vorenstaande heeft de Rb. terecht overwogen dat de Belastingdienst mocht uitgaan van voordeel uit sparen en beleggen, nu het gemiddelde vermogen over 2008 van appellant meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen en dat appellant derhalve op grond van art. 7 van de Wht in samenhang gelezen met art. 7 van de Awir geen recht op huurtoeslag voor het jaar 2008 toekomt.
De uitspraak op rechtspraak.nl