ABRvS 26 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0598

Anders dan de Rb. heeft overwogen kan de rechtmatigheid van een verlengingsbesluit slechts aan de orde komen bij de bewaringsrechter, indien daartegen beroep is ingesteld. Met het in artikel 94, vijfde lid, van de Vw 2000, gelezen in samenhang met het eerste lid, neergelegde stelsel is weliswaar beoogd te bewerkstelligen dat een verlengingsbesluit tijdig aan een rechterlijke toetsing wordt onderworpen, maar dit laat onverlet dat zodanige toetsing slechts mogelijk is, indien beroep tegen dat besluit is ingesteld of dit beroep door middel van een kennisgeving aanhangig is gemaakt. Artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 biedt geen ruimte om, bij gebreke van een in feite ingesteld beroep of een kennisgeving, een ingesteld beroep te veronderstellen. In het onderhavige geval heeft de vreemdeling op 12 januari 2012 een beroepschrift ingediend tegen de voortzetting van de maatregel. In het beroepschrift staat onder punt 3. vermeld dat het beroepschrift mede is gericht tegen de verlenging van de maatregel. In de gronden van beroep van 20 januari 2012 worden bovendien uitdrukkelijk gronden aangevoerd gericht tegen het verlengingsbesluit. Gelet hierop heeft de Rb. terecht aangenomen dat het beroep van de vreemdeling tevens is gericht tegen het verlengingsbesluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen