ABRvS 7 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8623

Nu, hetgeen de minister niet heeft weersproken, de woon- dan wel verblijfplaats van de partner reeds langere tijd onbekend is, de partner op geen enkele wijze een bijdrage levert aan de verzorging en opvoeding van de kinderen en voorts de vreemdeling, blijkens voormelde uittreksels, alleen het gezag draagt, moet het ervoor worden gehouden dat de kinderen volledig te haren laste komen. Voor zover de minister in dit verband - ter toelichting op zijn standpunt dat van een feitelijke verplichting tot het verlaten van het grondgebied van de Unie in dit geval geen sprake is - heeft verwezen naar voormelde brief van 18 februari 2010, kan uit die brief worden opgemaakt dat de Spaanse autoriteiten de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag van de vreemdeling alsmede voor haar kinderen accepteren. Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt evenwel niet dat aanvaarding van die verantwoordelijkheid reeds heeft geleid tot overdracht van de vreemdeling en haar kinderen aan Spanje. Evenmin heeft de minister inzichtelijk gemaakt of zodanige overdracht, gelet op artikel 19, derde lid, van de Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend, nog immer mogelijk is. Voormeld standpunt is dan ook niet deugdelijk gemotiveerd. Verder heeft de minister er ten onrechte op gewezen dat de kinderen bij de broer van de vreemdeling in Spanje kunnen verblijven. Daargelaten of haar broer feitelijk bereid en in staat is haar kinderen op te vangen, is, zoals is vermeld in punt 44 van het arrest Ruiz Zambrano en herhaald in punt 65 van het arrest Dereci, de vraag of minderjarige burgers van een lidstaat van de Unie die ten laste komen van hun ouders, staatsburgers van een derde land, het grondgebied van de Unie moeten verlaten indien aan die ouders het recht wordt ontzegd in de desbetreffende lidstaat te verblijven, bij het Hof slechts gerezen vanuit het enkele uitgangspunt dat een dergelijke weigering de kinderen zal verplichten de ouders te volgen. Bij de beantwoording van die vraag heeft het Hof derhalve uitsluitend relevant geacht of de desbetreffende kinderen, door beide ouders (in het geval van Ruiz Zambrano) of één van beide ouders (in het geval van Dereci) te volgen, feitelijk worden verplicht het grondgebied van de Unie te verlaten. Aangezien de kinderen van de vreemdeling jong zijn en volledig te haren laste komen en de minister, gelet op het hiervoor overwogene, niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vreemdeling en haar kinderen in een andere lidstaat, in dit geval Spanje, kunnen verblijven, heeft de minister in het besluit van 16 november 2010 ondeugdelijk gemotiveerd dat de weigering de vreemdeling hier te lande verblijf toe te staan, niet tot gevolg heeft dat haar kinderen feitelijk worden verplicht het grondgebied van de Unie te verlaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen