ABRvS 9 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV3719

De verklaring is op verzoek van de vreemdeling opgesteld nadat het besluit van 6 augustus 2010 was genomen. Daaruit kan niet worden afgeleid dat de daarin genoemde medische klachten eerst na het nemen van dat besluit zijn ontstaan. Evenmin is aannemelijk gemaakt dat de vreemdeling deze niet eerder over heeft kunnen leggen. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat uit het advies van het Bureau Medische Advisering van 15 juli 2010 (hierna: het BMA advies) volgt dat de vreemdeling reeds in april 2010 een intake-gesprek heeft gehad met een sociaal psychiatrisch verpleegkundige van de GGZ instelling Dimence Deventer en dat hij destijds onder behandeling stond van een huisarts te Schalkhaar. Dit brengt met zich dat artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000, gelezen in samenhang met artikel 3.111, eerste lid, van het Vb 2000, er aan in de weg staan dat de verklaring bij de beoordeling van het beroep wordt betrokken. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 15 juli 2011 in zaak nr. 201102129/1/V2 (www.raadvanstate.nl), heeft artikel 83 van de Vw 2000 geen betrekking op stukken die een vreemdeling met het oog op de procedure in rechte laat opstellen, zodat de verklaring evenmin op de voet van dat artikel bij de beoordeling van het beroep kan worden betrokken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen