ABRvS 25 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2203

De minister heeft met het op de achtste dag van de inbewaringstelling starten van vorenbedoeld onderzoek door bureau Dublin een aanvang gemaakt met de voorbereiding van de beoogde uitzetting van de vreemdeling. Voorts heeft de minister op de negende dag van de inbewaringstelling met de vreemdeling een vertrekgesprek gevoerd. Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat de minister onvoldoende voortvarendheid bij de voorbereiding van de beoogde uitzetting van de vreemdeling heeft betracht. Daaraan doet niet af dat de minister de door de vreemdeling ingediende asielaanvraag nog niet in behandeling heeft genomen. De minister blijft immers gebonden binnen de in artikel 59, vierde lid, van de Vw 2000 gestelde termijn op deze aanvraag te beslissen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen