ABRvS 29 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BV0963
ASIEL / Artikel 3 EVRM / De rechtbank heeft de wijze waarop de minster aan het beleid inzake Iraanse bekeerlingen invulling heeft gegeven terecht zonder terughoudendheid getoetst De rechtbank heeft, samengevat weergegeven, overwogen dat de minister het begrip "problemen om andere reden dan de nieuwe geloofsovertuiging, die op zichzelf onvoldoende reden vormen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen" in WBV 2007/15 niet nader heeft omschreven. Nu hij in WBV 2007/15 heeft vermeld dat hij met andere problemen ook doelt op problemen die op zichzelf onvoldoende zijn voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ligt het niet voor de hand het begrip zo uit te leggen dat alleen die problemen relevant zijn, die een vreemdeling aanleiding geven het land van herkomst te verlaten en elders asiel aan te vragen. De rechtbank heeft hiermee een oordeel gegeven over de betekenis van de beleidsregel en niet over de toepassing ervan. Uit jurisprudentie van de Afdeling (uitspraak van 28 november 2001 in zaak nr. 200101385/1, JB 2002/9, en uitspraak van 10 januari 2007 in zaken nrs. 200606030/1, 200606096/1, 200606105/1 en 200606108/1, www.raadvanstate.nl) volgt dat de rechter de uitleg van een beleidsregel of een hierin voorkomend begrip, die een bestuursorgaan voorstaat, zonder terughoudendheid kan toetsen, tenzij die beleidsregel of dat begrip een nadere invulling van het bestuursorgaan in het voorliggende geval behoeft. De tekst van WBV 2007/15 biedt geen aanknopingspunt om aan te nemen dat dat bij de zinsnede "problemen om andere reden dan de nieuwe geloofsovertuiging, die op zichzelf onvoldoende reden vormen om een verblijfsvergunning asiel te verlenen" zo is. De rechtbank heeft de wijze waarop de minister aan deze zinsnede invulling heeft gegeven in zoverre derhalve terecht zonder terughoudendheid getoetst.
De uitspraak op rechtspraak.nl