ABRvS 22 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BV0418

TERUGKEERRICHTLIJN / Werkingssfeer Terugkeerrichtlijn / Jurisprudentie Dublinzaken / Er is geen sprake van terugkeer in de zin van de Terugkeerrichtlijn indien een vreemdeling, vrijwillig of gedwongen, terugkeert naar een land dat lid is van de Europese Unie of een land dat voor de toepassing van de Verordening met een lidstaat van de Europese Unie is gelijk te stellen Uit de bepalingen van de Overeenkomst, in onderlinge samenhang gelezen, volgt niet alleen dat Noorwegen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst deelneemt aan de uitvoering van de Overeenkomst van Dublin en dat de bepalingen daarvan tussen Noorwegen en de lidstaten van de Europese Unie van toepassing zijn, maar ook dat Noorwegen wordt betrokken bij de totstandkoming van nieuwe besluiten en regelingen waarop de Overeenkomst betrekking heeft. Uit artikel 2, eerste lid, van het Protocol volgt dat na de inwerkingtreding van de Verordening op 17 maart 2003 de bepalingen van deze Verordening tussen Noorwegen en de lidstaten van de Europese Unie van toepassing zijn. Dat betekent, mede gelet op hetgeen in artikel 1, vierde lid, van de Overeenkomst en punt 8 van de considerans van de Uitvoeringsverordening is bepaald, dat Noorwegen voor de toepassing van de Verordening gelijk wordt gesteld met een lidstaat van de Europese Unie. Uit het vorenstaande volgt dat hetgeen in overweging 2.3.1. van de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2011 in zaak nr. 201103206/1/V3 (www.raadvanstate.nl) is overwogen in deze zaak in zoverre dient te worden gepreciseerd dat geen sprake is van terugkeer in de zin van de richtlijn indien een vreemdeling, vrijwillig of gedwongen, terugkeert naar een land dat lid is van de Europese Unie of een land dat voor de toepassing van de Verordening met een lidstaat van de Europese Unie is gelijk te stellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen